U bevindt zich hier: HondenziektesHondenziektesVoortbeweging ╗ Kruisbandscheur

Kruisbandscheur

De knie van de hond is een erg ingewikkeld gewricht bestaande uit de uiteinden van 3 beenderen (het dijbeen, het scheenbeen en het spaakbeen), 2 kraakbenige schokbrekers (de meniscussen), de zijdelingse ligamenten en 2 kruisbanden: bindweefselstrengen die de botuiteinden met elkaar verbinden en die moeten verhinderen dat deze ten opzichte van elkaar verplaatsen.
Door deze ingewikkelde structuur en de veelvuldige belastingen erop is de knie erg gevoelig voor beschadiging. Een scheur in een kruisband of 'voetballerknie' is dan ook een aandoening die vrij frequent optreedt en meestal gaat het om de voorste kruisband. Een kruisbandscheur kan ontstaat wanneer de hond een draaiende beweging maakt met de knie, terwijl de voet vast op de grond staat (vergelijk het met voetballers waarvan de spikes vast in de grond zitten terwijl ze willen draaien).
De aandoening lijkt vooral voor te komen bij actieve hondenrassen en komt zeer veel voor bij Rottweilers, waarschijnlijk omdat dit ras van nature meer gestrekte knieŰn heeft.

Symptomen

Een kruisbandruptuur ontstaat meestal acuut. De hond wordt tijdens een inspanning plots erg mank en zal de poot niet meer willen belasten. De knie zal opzetten en de zwelling is maximaal na enkele dagen.
Indien de kwetsuur niet behandeld wordt zal de hond vanzelf minder gaan manken na enkele weken, maar door de beschadiging zal na enkele maanden artrose optreden met chronisch manken tot gevolg.

Diagnose

De symptomen en voorgeschiedenis zijn suggestief voor de diagnose. Tijdens het klinisch onderzoek zal de dierenarts het "schuiflade syndroom" kunnen vaststellen: het onderbeen verplaatst tov het bovenbeen. Deze beweging wordt normaal verhindert door de voorste kruisband en kan dus enkel optreden als deze volledig gescheurd is.
Bij de zeldzamere scheuring van de achterste kruisband treedt het omgekeerde effect op: het onderbeen kan naar achteren verplaatst worden tov het bovenbeen. Dit is echter niet altijd duidelijk en soms zal radiografie aangewezen zijn om dit vast te stellen.

De diagnose van een gedeeltelijke kruisbandscheur kan moeilijk zijn, aangezien het schuiflade effect niet altijd duidelijk is.

Soms kan men tijdens onderzoek ook een "klik" waarnemen in de knie. Dit duidt erop dat ook de meniscus beschadigd is.

De dierenarts kan opteren om radiografieŰn te nemen bij twijfel en om eventuele andere schade vast te stellen.

Behandeling

Naargelang het gewicht en de leeftijd van de hond kan geopteerd worden voor een conservatieve behandeling met rust en eventueel pijnstillers of een operatief ingrijpen.
Honden van minder dan 10 kg moeten meestal niet geopereerd worden en kunnen zich goed behelpen na rust en eventueel pijnstillers.
Bij zwaardere honden zal men vlugger kiezen voor een operatie. Vele technieken zijn beschikbaar en de keuze zal afhangen van het type hond en de persoonlijke voorkeur van de dierenarts.
Veel gebruikte technieken zijn oa. de extra-articulaire stabilisatie, intra-articulaire stabilisatie en TPLO.

Prognose

De prognose hangt af van de aanwezige letsels, de gevolgde behandeling en de oorzaak. Indien het gaat om een aangeboren gevoeligheid voor kruisbandscheur kan het voorkomen dat de hond ook problemen krijgt aan de andere achterpoot.
In vele gevallen zal zich op de lange duur toch artrose ontwikkelen, zelfs na chirurgie, zodat de hond toch - al dan niet erg - mank zal worden.