U bevindt zich hier: HondenziektesHondenziektesVoortbeweging ╗ Elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie

Elleboogdysplasie is eigenlijk een verzamelnaam voor 3 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht van de hond: OCD, LPA en LPC. Al deze aandoeningen zijn vaak voorkomende ontwikkelingsstoornissen van het bot. De ziektes worden vaak gezien in bepaalde (grote) hondenrassen en in dezelfde families. Het gaat dan ook om aandoeningen die voor een deel genetisch bepaald zijn.

OCD of OsteoChondrosis Dissecans wordt vaak gezien in grote hondenrassen. Vooral bij labradors, golden retrievers, rottweilers en berner sennenhonden ziet men veel OCD. Bij deze aandoening is het kraakbeen van het ellebooggewricht erg kwetsbaar, waardoor gemakkelijk stukjes afbreken.

Bij LPA of Losse Processus Anconeus is een stukje bot van het ellebooggewricht niet goed vergroeid met het onderliggende bot. Dit komt nogal eens voor bij Duitse herders en honden met korte poten, zoals de basset en de teckel.

LPC of Losse Processus Corono´deus is een soortgelijke aandoening als LPA en komt vaak voor bij Duitse herders en retrievers.

Symptomen

De eerste symptomen van elleboogdysplasie treden op jonge leeftijd op. Meestal vertonen honden de eerste tekenen als ze 5 tot 9 maanden oud zijn.
De ziekte uit zich eerst als een pijnlijke elleboog met manken dat geleidelijk erger wordt. Het ellebooggewricht is vaak gezwollen.

Vaak lijkt dit manken vanzelf beter te gaan na enkele weken tot maanden, maar dan is er al gewrichtsbeschadiging opgetreden door het wrijven van het losse (kraak)beenstuk op de gewrichtsoppervlakte. Artrose zal dan ook altijd optreden op latere leeftijd.

Diagnose

Men zal trachten de diagnose te stellen door radiografie van de elleboog.
De diagnose van elleboogdysplasie kan een uitdaging vormen. De losse stukjes been of kraakbeen zijn soms erg klein en niet altijd zichtbaar op radiografie. In veel gevallen zal men verschillende radiografieŰn nemen vanuit verschillende posities om te trachten het losse stukje waar te nemen.

Soms kan het nodig zijn om een kijkoperatie of artroscopie te doen om tot een definitieve diagnose te komen.

Behandeling

De behandeling van elleboogdysplasie is altijd chirurgisch.
Honden met elleboogdysplasie zullen altijd artrose ontwikkelen indien men niet opereert.
Tijdens de operatie zal men het losse stuk proberen te verwijderen of vast te zetten.

Prognose

Indien de hond tijdig behandeld wordt kan de prognose goed zijn. Het is echter zo dat in veel gevallen er reeds beschadiging van het gewricht is opgetreden alvorens men naar de dierenarts gaat. Artrose kan dan toch nog ontstaan op latere leeftijd. Hoe langer men wacht met de operatie, hoe erger de beschadiging van het gewricht en hoe erger de artrose zal zijn.

Preventie

De preventie bestaat erin de aangetaste dieren uit te sluiten van de fok.

Men heeft vastgesteld dat pups van grote, snelgroeiende rassen minder kans hebben op het ontwikkelen van elleboogdysplasie indien men ze matig voert. De groei zal dan minder snel zijn en dit heeft blijkbaar een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van de botten en het uitblijven van dysplasie.
Het is ook erg belangrijk het dier niet te overbelasten tijdens de groei. Overbelasting leidt gemakkelijker tot gewrichtsbeschadiging. Matige beweging, liefst aan de leiband, is het beste.

Een veel gemaakte fout is het toedienen van voedingssupplementen, zoals calcium, aan jonge dieren. Dit is tegenaangewezen! Men heeft in verschillende studies vastgesteld dat dieren die extra calcium kregen tijdens hun groeifase veel meer kans hebben tot het ontwikkelen van gewrichtsafwijkingen zoals elleboogdysplasie en heupdysplasie.